Het jaar 1350. De stad Tiel, waar Joanna met haar moeder en broer woont, wordt binnengevallen door het leger van de hertog van Gelre. Soldaten plunderen de stad en de inwoners zijn nergens veilig. Op het nippertje wordt Joanna gered door haar vader, Jan van Arkel, een edelman uit Holland. Haar moeder heeft geen schijn van kans.
Joanna laat noodgedwongen haar oude leven achter zich en gaat samen met haar broer naar het kasteel van haar vader. Als ze onderweg ziet hoe een moedervalk wordt neergeschoten, ontfermt ze zich over het jong, dat net is uitgevlogen. Ze neemt het dier mee en ontmoet zo Jakob, de valkenier van het kasteel. Hij leert haar alles over roofvogels en er ontstaat een bijzondere band tussen de twee. Het liefst wil Joanna altijd bij hem blijven, maar haar vader heeft andere plannen: hij wil Joanna uithuwelijken… Kan Joanna haar eigen levenspad kiezen of zal haar toekomst door anderen worden bepaald?