Om aan de verschrikkingen van de opkomende nazi’s te ontsnappen wijkt G.W. Pabst, een van de grootste filmregisseurs van zijn tijd, uit naar Hollywood. Daar lijkt zijn roem niets voor te stellen, en zelfs Louise Brooks en Greta Garbo, die hij groot maakte, kunnen hem niet helpen. Als hij op terugreis naar Europa zijn doodzieke moeder bezoekt in Oostenrijk, breekt de oorlog uit en gaan de grenzen dicht. Goebbels heeft zijn zinnen gezet op het filmgenie en doet hem grote beloften. Terwijl Pabst nog gelooft dat hij die avances kan weerstaan en zich alleen hoeft te onderwerpen aan de wetten van de kunst, zet hij al de eerste stap naar een grimmige verstrengeling.