Al jong krijgt Noah verkering met Jonathan. Voor moeder Heleen en vader Arjan, die dominee is, is hij de ideale schoonzoon: christelijk, knap en beleefd. Noah heeft leuke vriendinnen en het leven lacht haar toe.
Maar dan worden haar ouders door God geroepen om als zendelingen te gaan wonen en werken in Spanje. Dat betekent wéér een verhuizing voor Noah, maar dan naar een dorp in een vreemd land met een andere taal. De relatie met Jonathan is er niet tegen bestand…
Toch slaagt Noah erin de draad van haar leven op te pakken. Ze leert Spaans, krijgt een baan en gaat zelfstandig wonen in een andere stad. Daar ontmoet ze Rafael, een ongelooflijk knappe Spaanse jongen die haar hart verovert en haar niet meer loslaat. Hij is echter niet gelovig, heeft foute vrienden en worstelt met een heftig verleden. Haar vader is niet bepaald blij met Noahs nieuwe keuze. Noah verkeert in hevige tweestrijd. Welke kant moet ze op?