Op haar zestiende hoort Emma Kolk dat ze misschien maar 25 wordt. Ze zwijgt, rent en verliest zichzelf. Elf jaar later doorbreekt ze de stilte in haar autobiografische roman Rennen met de Wolven. Ik kan over negen jaar dood zijn. Gisteren een onmogelijke gedachte, vandaag mijn nieuwe realiteit.
Wat zou jij doen als je dit hoort? Verstop je je onder een deken, grijp je naar verdovende middelen of ga je heel hard rennen? Rennen naar alle kansen en mogelijkheden die het leven te bieden heeft. In een sneltreinvaart, voordat het leven over negen jaar stopt.
Dit laatste werd mijn overlevingsmechanisme toen ik op mijn zestiende hoorde dat ik het Wolfram-syndroom heb. Een onbekende, uiterst zeldzame en onmogelijk te voorspellen progressieve ziekte die ervoor zou kunnen zorgen dat ik slechts 25 jaar oud word. Waar ik de eerste dagen open praat over de diagnose, ga ik al snel volledig op slot. Als je er niet over praat, dan is het er niet. Maar door deze geforceerde aanpak werd het alleen maar veel groter en enger dan het in werkelijkheid is. Met als gevolg anorexia, paniekaanvallen en een extreem laag zelfbeeld. Het duurde jaren voor Wolfram eindelijk weer ter sprake kwam.
Rennen met de wolven gaat over hoe een onzeker toekomstbeeld je dagelijks leven kan beïnvloeden. Hopelijk biedt het verhaal een stukje er- en herkenning waar iedereen die worstelt met het leven iets uit kan halen. Wat doe jij als je hoort dat je over negen jaar dood kunt zijn? Je verstoppen, verdoven of wegrennen? Voor Emma Kolk wordt dat laatste haar overlevingsmechanisme: rennen naar alles wat het leven te bieden heeft, in een sneltreinvaart, voordat het mogelijk zou stoppen.
Op haar zestiende krijgt Emma de diagnose Wolfram Syndroom, een uiterst zeldzame, progressieve en onvoorspelbare ziekte die haar levensverwachting op 25 jaar stelt. Elf jaar later is Emma klaar om haar verhaal te delen. In haar autobiografische roman 'Rennen met de Wolven: hoe ik dacht slechts 25 te worden' beschrijft ze haar leven met de ziekte. Het boek, waaraan ze twee jaar werkte, was een dankbaar maar intens proces. Wat doe jij als je hoort dat je over negen jaar dood kunt zijn? Je verstoppen, verdoven of wegrennen? Voor Emma Kolk wordt dat laatste haar overlevingsmechanisme: rennen naar alles wat het leven te bieden heeft, in een sneltreinvaart, voordat het mogelijk zou stoppen.
Op haar zestiende krijgt Emma de diagnose Wolfram Syndroom, een uiterst zeldzame, progressieve en onvoorspelbare ziekte die haar levensverwachting op 25 jaar stelt. Na een korte periode van openheid sluit ze zich volledig af. Als ze er niet over spreekt, bestaat het niet. Zelfs haar man kent in het eerste jaar van hun relatie de naam van haar ziekte niet. De angst om anderen te belasten is zo groot dat ze zichzelf wegcijfert met anorexia, paniekaanvallen en een diepgeworteld laag zelfbeeld als gevolg.
Elf jaar later is Emma klaar om haar verhaal te delen. In haar autobiografische roman 'Rennen met de Wolven: hoe ik dacht slechts 25 te worden' beschrijft ze haar leven met de ziekte. Het boek, waaraan ze twee jaar werkte, was een dankbaar maar intens proces.