In dit sprookje hebben Gifappeltje en haar stokoude grootmoeder het verschrikkelijk koud. Ze bibberen en beven. Ze proberen de kachel aan te steken, maar… de lucifers doen het niet. En nergens in de wijde omtrek wil er vuur branden. Dat kan maar één ding betekenen: de vlam op de helm van de Vuurprins is gedoofd. Gifappeltje moet de prins vinden en helpen. En snel ook, voordat alles en iedereen bevriest!
Ik heb een vraag over het boek:
‘Gifappeltje en de Vuurprins - Aalbers, Jeroen’.
Vul het onderstaande formulier in.
We zullen zo spoedig mogelijk antwoorden.