Een kip ontdekt dat vogels niet op haar hoeven te lijken om haar vriend te worden.
Kip zoekt een vriend. Ze holt de heuvel af. Er klinkt geritsel in de struiken. Is dat een kip? Nee, het is een roodborstje, die is veel kleiner dan een kip. Oehoe, klinkt het uit de boom. Is dat een kip? Nee, de uil heeft veel grotere vleugels. Vruchteloos rent Kip van de struiken, door het bos, naar het meer. Geen enkele vogel lijkt op haar. Maar … moet een vriend er ook echt uitzien als een kip om een vriend te zijn?