Lenig van geest bouwt een arme kleermaker in veertig jaar zijn kapitaal op in Delft. Nog sneller breekt familie dat in het geniep af. Een kleindochter neemt niet alleen dat geheim mee haar graf in. Met een paar spaarcenten, een brief van zijn vader en een beklemmend gevoel verlaat Frans Mulder in 1892 Beverwijk, op zoek naar een nieuwe toekomst. In Delft bouwt hij een nieuw leven op als kleermaker en wordt de immer spontaan geïnspireerde voorganger van de Broeders en Zusters van de Vergadering der Gelovigen. Zonder ooit zijn vrouw om haar mening te vragen en met de nodige geestelijke lenigheid verwerft de arme kleermaker zes panden en een aandeel in een bank van een medebroeder. Kapitaal dat in veertig jaar is opgebouwd, wordt in een luttele vijftien jaar afgebroken door de familie. Zolang niemand daar over praat, blijft het een van de vele familiegeheimen. De kleindochter neemt die uiteindelijk allemaal mee in haar graf.