Op 30 september 1917 werd vlakbij het Binnenhof de kerngezonde Geert Vorstenbürger geboren. De kleine Geert kraaide van plezier bij elk geluidje dat hij te horen kreeg. Zijn vader, Gerard, was een jonge ambitieuze ambtenaar op Buitenlandse Zaken. Na zes maanden werd Geert plotseling ernstig ziek. “t Valt vast wel mee”, reageerde de jonge vader wat al te gehaast. Hij moest van zijn minister de Nederlandse neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog bewaken. Dat vergde al zijn aandacht.
Het gezin Vorstenbürger ging door een hel. Twee jaar na zijn geboorte was kleine Geert doofstom en wees. De rechter benoemde Geerts opa tot voogd. Maar opa kon niet met hem communiceren. Hij bracht Geertje snel onder bij het ‘Instituut voor Doofstommenonderwijs’ in Rotterdam. Opa liet niet meer van zich horen.
Het beeld van opa verdween langzaam uit Geerts brein. Hij wist niet wie hem het leven had geschonken. Hij had geen vader, geen moeder, geen familie. Geert was eenzaam. In het pleegezin waar hij werd opgenomen was hij een buitenbeentje. Als zijn ook dove pleegbroers vakantie hadden, bleef hij alleen achter. Hij had geen ouders om naartoe te gaan. Hij was wees. Maar ….. was hij dat eigenlijk wel?
Ik heb een vraag over het boek:
‘Het kind van de Vorstenburcht - Oranje, Pascal’.
Vul het onderstaande formulier in.
We zullen zo spoedig mogelijk antwoorden.