In deze bundel schuift de wereld een fractie op, net genoeg om alles anders te laten klinken. Zekerheden lossen op in mist, gedachten wentelen als water zonder oevers, en tijd wordt iets tastbaars, een kamer die adem inhoudt, een tussenmoment dat niet stilstaat maar wacht. De teksten bewegen langs randen, tussen weten en niet weten, tussen hoop en het moment na de hoop, en laten zien hoe stilte niet leeg is, maar vol gewicht en vol betekenis.
Wat begint als verstilling, wordt gaandeweg ook spel en schuring. Naast beeldrijke en filosofische gedichten staan kleine verschuivingen van het alledaagse, een trein die achter een koe wacht, een wekker die auditie doet voor drama, een fiets die geen trein en geen auto is. Humor verschijnt niet als breuk, maar als zuurstof, een manier om de ernst niet te ontkennen en toch te blijven ademen.
Onder alles stroomt schrijven zelf. Woorden bestaan als offers aan de lucht, zinnen bestaan zonder kaft, een scherm knippert en geeft echo terug in plaats van aanraking. Wat betekent het om te maken en te delen en gezien te worden, en wat blijft er over als niemand kijkt. Misschien geen antwoord, misschien een flinterdunne draad van zijn.
Dit boek is ge