Sommige boeken spreken luid, dit boek fluistert, en juist daardoor hoor je meer.
Korte gedichten openen een kier, daarna stroomt het proza binnen als een tweede adem.
Hier gaan dagen langzaam open, en nachten dragen hun eigen gewicht.
Je leest over opnieuw beginnen, over eerlijkheid, over wachten zonder drang.
Over zorg die waakt wanneer alles stilvalt, en over mensen die geven zonder applaus.
Over doorzichtigheid, over restlicht, over woorden die blijven steken achter de lippen.
Maar ook over liefde die geen grote woorden nodig heeft, alleen nabijheid en tijd.
Natuur en kamers, straat en zee, ochtend en schemer schuiven in elkaar.
Wat verdwijnt, maakt ruimte, wat zwijgt, zegt soms het meest.
En tussen alles door blijft één zachte belofte: hier ben jij gezien.