Igor Stravinsky (1882-1971) was een diepgelovig mens. Spiritualiteit en muziek waren voor hem innig met elkaar verbonden. Maar over de ware aard van zijn religieuze ingesteldheid liet hij iedereen in het ongewisse. Gelukkig is er zijn 'Muzikale Poëtica'(1942) dat niet alleen een getuigenis bevat van zijn muzikale overtuigingen. Wie goed tussen de regels leest, vindt er ook sporen van zijn spirituele geloofsbelijdenis. Deze blijken steeds verbonden met het neoplatonisme. De zoektocht naar deze sporen voert Francis Smets o.a. naar de Russische filosofen van de Vseedinstvo of ‘Al-Eenheid’ die aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw een ware renaissance van het neoplatonisme veroorzaakten. Op zijn zwerftocht langs deze bronnen laat de auteur zich steeds leiden door een grondgedachte van het neoplatonisme: schoonheid is een weg naar God. Op deze wijze werpt hij tevens een heel ander licht op een van de meest ‘revolutionaire’ componisten van de 20e eeuw.
Francis Smets (1943) wordt beschouwd als een van de toonaangevende kunst- en cultuurfilosofen van Vlaanderen. Na zijn promotie aan de universiteit van Leuven, doceerde hij filosofie tot aan zijn pensionering in 2003.
Al jaren onderzoekt hij de relatie tussen artistieke expressie en schoonheid, spiritualiteit en metafysica. Zijn interesse en aandacht voor hedendaagse kunst en vormgeving getuigen van een grote betrokkenheid, al staan zijn diepgravende reflecties en kritische beschouwingen vaak haaks op het gangbare discours.
Tot zijn belangrijkste publicaties behoren: 'Sophia’s terugkeer' (1988), 'De groefgangers' (1996), 'A van abyssaal' (2002), 'Rozen in de knop' (2005), 'Lof der onwennigheid' (2011) en 'De vleugels van de weemoed' (2014) dat tevens verscheen in Franse vertaling ('Les ailes de la nostalgie').